
| Cello |
| Cello Geschiedenis De voorloper van de cello komt uit de zestiende eeuw in Italie en werd de violone genoemd. Eerder dan de cello bestond de viola da gamba, (beenviool, in tegenstelling tot de viola da braccio, armviool). Net als de viola da gamba's werden ook de eerste cello's bespeeld terwijl de musicus het instrument tussen zijn benen klemde. Sinds het midden van de 19e eeuw wordt er bij het bespelen van de cello een pin gebruikt waarop het instrument kan steunen.Antonio Stradivari (1644-1737), een bekende vioolbouwer, heeft veel betekend voor het bepalen van de huidige vorm van de cello. In eerste instantie hield hij vast aan het grote model, de 'forma A'.. Vanaf 1707 bouwde Stradivari volgens het kleinere zogenaamde 'forma B' en bijna alle vioolbouwers na hem hebben dit type als standaard aanvaard. De cello werd in de Barok gebruikt als basso continuo-instrument, waarbij de cellist de partij van de klavecimbel harmonisch ondersteunt. Later veranderde de rol van het instrument ook van 'basso continuo' tot solo instrument. Daarnaast bleef de cello uiteraard een ondersteunende rol spelen.Vanaf het begin van de 18e eeuw heeft bijna iedere componist voor cello geschreven. De speeltechniek werd hierbij tot grotere hoogte opgevoerd. De expressie mogelijkheden van het instrument werden ook steeds meer benut. Algemeen De cello (kort voor violoncello) behoort tot de groep van de strijkinstrumenten. De cello heeft een kenmerkende klank en een bereik van bijna 4 octaven. De cello is ongeveer 120 cm lang. De cello is bespannen met vier snaren. De snaren van de cello zijn van hoog naar laag gestemd: A, D, G, C.een ezelsbruggetje is: Alle Dagen Geen Centen,of Ach Doe Gewoon Cello. De snaren lopen vanaf het staartstuk over de kam naar de stemsleutels aan de bovenzijde van de hals, onder de krul. De cello wordt meestal zittend bespeeld met een strijkstok, de pin steunend op de grond. De technieken om de cello tot klinken te brengen, lopen gelijk met die van andere besnaarde strijkinstrumenten. De cello komt het meest voor in symfonische orkesten. Toch komt de laatste tijd de cello, naast de contrabas, ook steeds meer voor in harmonische orkesten. Veel componisten van harmoniewerken voegen een cellopartij toe. |





