
| De Dwarsfluit |
| Dwarsfluit De geschiedenis De fluit behoort tot de oudste instrumenten die er zijn. Toch weet men niet precies hoe oud de dwarsfluit is en waar ze voor het eerst voorkwam. Dit komt voor een deel omdat er weinig fluiten uit de tijd voor onze jaartelling bewaard zijn gebleven. Twee redenen hiervoor zijn dat ze van vergankelijk materiaal werden gemaakt (hout, riet, been) en omdat men op de oude afbeeldingen, die men uit die tijd gevonden heeft, niet precies kan zien of het wel om een echte fluit gaat. Uit de renaissance tijd (16e eeuw) vinden we voor het eerst beschrijvingen van fluiten in literaire bronnen. Dit is tevens de bloeitijd van de blaasinstrumenten. De orkesten uit die tijd bestonden grotendeels uit blaasinstrumenten. Opmerkelijk is dat er van elk instrument meerdere exemplaren in verschillende toonhoogten bestonden. Zo bestonden er van de renaissancefluit vier typen. De moderne dwarsfluit, tegenwoordig meestal van metaal, is door Theobald Böhm ontwikkeld uit de traverso (barokfluit) die meestal van hout was. Böhm ontwierp een kleppensysteem waardoor het mogelijk is om met 10 vingers volledig chromatisch te kunnen spelen. Dit kleppensysteem (Böhm-systeem) is later (ten dele) overgenomen voor de hobo en de klarinet. Algemeen De dwarsfluit (in een klassiek orkest gewoon fluit genoemd) is een blaasinstrument dat dwars op de lippen geblazen wordt; de luchtstroom uit de mond staat haaks op de boring van het instrument. De kleinere en hoger gestemde uitvoering wordt piccolo genoemd, de grotere uitvoeringen altfluit en basfluit. Een dwarsfluit bestaat uit een smalle, rechte buis met drie onderdelen, namelijk het kopstuk met een lipplaat, het middenstuk met kleppen die door de vingers bewogen kunnen worden en het voetje als extraatje om nog lagere noten te kunnen spelen. Hij wordt bij het spelen dwars naar rechts gehouden. Hoewel dwarsfluiten tegenwoordig vaak van metaal worden gemaakt, worden ze traditioneel tot de houtblazers gerekend. Van alle houtblazers heeft een dwarsfluit het kleinste aantal kleppen. Je kunt beginnen met dwarsfluit spelen vanaf 8 jaar. Er zijn verschillende soorten fluiten. De fluiten die voorkomen in de harmonie zijn: |
| Piccolo : | Naast de gewone dwarsfluit, maken wij ook gebruik van een piccolo. De piccolo klinkt 1 octaaf hoger dan de gewone fluit. Notenlezen is geen probleem: alles wordt een octaaf lager geschreven. |
| C-Fluit : | De C-fluit is wat de meeste mensen een gewone dwarsfluit noemen. De dwarsfluit wordt ook vaak melodie-instrument genoemd, omdat het in het orkest vaak alleen de melodieën speelt. |





