
| De Hoorn |
| Hoorns Geschiedenis Duizenden jaren werden hoorns en bazuinen gemaakt van de hoorns van dieren uit de familie van de holhoornigen. Door een gat aan het eind of aan de zijkant kon je door je lippen te laten trillen, tonen maken. Tussen de 12e en 16e eeuw ging men van de eenvoudig gekromde vorm van een dierenhoorn over op de gewonden vorm, waaruit zich de 18e-eeuwse natuurhoorn ontwikkelde. In het Duitse taalgebied werden rond 1815 ventielen op de hoorn ontwikkeld; eerst 2, later 3 ventielen. Rond 1900 werd de dubbelhoorn ontwikkeld, een combinatie van F-hoorn en Bes-hoorn in één instrument. Hiermee kon de romantische toon van de F-hoorn gecombineerd worden met de voordelen van een korter buis (de Beshoorn). Algemeen Tegenwoordig kennen we de hoorn als een koperen blaasinstrument, maar vroeger werd er bij de jacht gebruikgemaakt van dit instrument. Hoorns werden ook gebruikt om signalen door te geven, zoals de posthoorn, signaalhoorn en bugel. Een hoorn is een koperen buis die begint met een mondstuk en daarna breder wordt. Na een cilindervormig gedeelte mondt de buis uit in een beker met een doorsnede van circa 30 cm. De beker is beduidend groter en anders van vorm dan die van de trompet. De totale lengte van de hoorn is afhankelijk van de grondstemming van het instrument: een Bes-hoorn is ongeveer 2,75 meter, een F-hoorn 3,78 meter en een C-hoorn 4,72 meter. Tegenwoordig is een combinatie van twee hoorns in één instrument gebruikelijk, namelijk de dubbelhoorn (F - Bes). De hoorn heeft standaard drie draaiventielen. Je kunt hoorn leren spelen vanaf 8 jaar. In de harmonie komt de volgende hoorn voor. F-Hoorn of de dubbelhoorn De F hoorn heeft rijke fluwelen tonen in het midden en lage register. De Bes-hoorn is korter en lichter en kan beter het hogere register aan, omdat het instrument makkelijker te bespelen is. De dubbelhoorn is een combinatie van de F en Beshoorn en met een duimventiel kan men naar willekeur over schakelen van de F naar de Bes hoorn. |





